
|
|
Soorten Doelpijlen: Pijlen met een minimum aan bevedering
en een scherpe punt. Dergelijke pijlen worden in reeksen geschoten. Daarom
is het belangrijk dat ze dezelfde eigenschappen hebben: lengte, gewicht,
hardheid en gelijkmatigheid.
|
Makelij
|
Eigenschappen
|
| Delen |
|
![]() |
|
DE
KEEP De keep is vervaardigd uit kunststof en is zo gevormd
dat de koord goed past in de groef. Er zijn dus
verschillende maten verkrijgbaar al naar gelang de pijldiameter en de
koorddikte. Ook de kleur is belangrijk om ze op grote afstanden te kunnen
zien en ze te kunnen onderscheiden van die van de medeschutters. |
DE
BEVEDERING Er worden 2 soorten veren gebruikt:
De bevedering heeft een dubbele rol:
Lange en lage zijn te verkiezen boven hoge en korte.
Ze hebben minder weerstand en raken het boogvenster niet. Kunststofveren
hebben het voordeel dat ze geen vocht opnemen en dat ze minder weerstand
bieden doordat ze zo dun zijn. |
![]() |
||
Het
aantal veren 2, 3 of 4. 3 veren staan onder een hoek van 120° en
de indexveer staat steeds haaks op de keepgroef. 4 veren staan onder een
hoek van 75 en 110°. Het midden van de hoek van de hoek van 110° staat
steeds haaks op de keepgroef. Evenwijdig met de lengte-as van de pijl, schuin of
schroefvormig. Een rechtse kanteling geldt voor een linkse schutter, een
linkse kanteling geldt voor een rechtse schutter. |
![]() |
||
DE
VERSIERING Breng zo weinig mogelijk versiering aan om de luchtweerstand
te beperken. |
| DE
SCHACHT |
|||
![]() |
De schacht van de pijl
moet aan 4 criteria voldoen:
Het groeperen kan slechts gerealiseerd worden wanneer
deze 4 criteria per reeks pijlen gelijk zijn en blijven. Het
gewicht Het gewicht moet zo laag mogelijk gehouden worden om zoveel mogelijk energie te kunnen omzetten in voortstuwing. Van belang is dat het gewicht van een reeks pijlen identiek is. Niet alleen het totale gewicht maar ook het zwaarte- of balanspunt moet van alle pijlen gelijk zijn. Dit heeft invloed op de aard van de pijlvlucht. Dit punt moet op ± 7 ą 10% voor het middelpunt van de pijl bevinden. |
||
![]() |
|||
DE
STIJFHEID (SPINE) De spine bepaalt het vertrek en de vlucht van de pijl
en wordt als volgt gemeten:
|
||
![]() |
||
| Een zwaardere pijl heeft meer massa en blijft langer
zijn snelheid volhouden, terwijl een lichtere pijl eerder wordt afgeremd
maar ook vlugger het doel bereikt. Zijwind brengt een zwaardere pijl moeilijker
uit zijn koers. Over de trekkracht van de boog en de spine-waarde bestaan
tabellen. Dit in combinatie met de juiste treklengte geeft de gepaste pijl. |
||
HET
PIJLUITEINDE De pijlpunt -bij een doelpijl-
bestaat uit 2 delen: de eigenlijke punt, die vervaardigd is uit staal
en de huls die uit zacht metaal bestaat. Dit heeft een aantal voordelen:
Bij een wippijl dient de bout om de vogels van de
wip te stoten. De bout kan uit hout of kunststof bestaan. Ook de grootte
en de vorm kan variėren maar mag maximaal 28
mm diameter bedragen. |
||
| Bepalen
van de pijllengte (= treklengte) |
|||
![]() |
De lengte van de pijl
wordt gemeten van de keepgroef tot aan het einde van de schacht. Deze lengte
moet voor elke schutter individueel bepaald worden. De beste methode is
deze met de maatpijl. Dit is een pijl met indelingen in cm of in duim. De
schutter moet enkele keren aantrekken en het gemiddelde is de exacte treklengte.
Toch is het beter om als beginnende schutter een pijl te kiezen die zeker
lang genoeg is, want de treklengte kan nog veranderen naarmate je meer geoefend
bent. |
||
Herstellen
van de meest voorkomende breuken aan de pijl Het plaatsen van de keep: De keep moet in overeenstemming
zijn met de dikte van de pijlbuis.
|
||
![]() |
||
Het plaatsen van veren:
Een zeer goede lijm voor dergelijke herstellingen is SAUNDERS. |
||