Sint Sebastiaan

en Barbara

 

Moergestel

Huishoudelijk reglement


Huishoudelijk regelement

Tekstvak: Met dat ick leevend was, en voor die daar leeven,
Doot sijnde draag ick, die het leeven is gegeeven.
Ja, ick loop vertigh voirt, al ben ick sonder voet.
Van die het leeven heeft en nogh ick swijgen moet.

-	Een schip – 

(Raadsel oude kaart)
Sint Sebastiaan en Barbara
Moergestel

Datum: zondag, januari 12, 2003

Schrijver Jan van Elderen

Vooskerbos 23

5066 EJ Moergestel

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 3

Inleiding_ 5

Hoofdstuk 1 Het Lidmaatschap_ 6

Artikel 1.   Opdracht. 6

Artikel 2.   Gewone leden (Statuten. 6.2) of Gezworenen (Kaart.1) 6

Artikel 3.   Om gewoon lid te worden moet men_ 6

Artikel 4.   Buitenleden (Statuten 7) 6

Artikel 5.   Rustende leden (Statuten 7) 6

Artikel 6.   Buitenleden en rustende leden_ 7

Artikel 7.   Gezellen_ 7

Artikel 8.   Ereleden en Lid van Verdiensten_ 7

Artikel 9.   Uittredende leden_ 7

Artikel 10.   Sluimerleden_ 7

Artikel 11.   Uitzondering_ 7

Artikel 12.   Overstap_ 7

Artikel 13.   Protocol van de installatie van een Gildebroeder – zuster 8

Hoofdstuk 2 Gezag en Overheid_ 9

Artikel 14.   De Algemene Ledenvergadering_ 9

Artikel 15.   Om rechtsgeldig te kunnen optreden (Statuten 12) 9

Artikel 16.   De Overheid_ 9

Artikel 17.   De Gezworen of Opperdeken_ 9

Artikel 18.   De Adviescommissie_ 9

Artikel 19.   Zittingstermijn van de Adviescommissie_ 9

Artikel 20.   De Hoofdman_ 10

Artikel 21.   De taak van de Hoofdman_ 10

Artikel 22.   De Schrijver 10

Artikel 23.   Taak van de Schrijver 10

Artikel 24.   De Schatbewaarder 10

Artikel 25.   De taak van de Schatbewaarder 10

Artikel 26.   Kascommissie_ 11

Artikel 27.   De Keizer 11

Artikel 28.   De Koning_ 11

Artikel 29.   Van de Koning wordt verwacht 11

Artikel 30.   De Koningsdeken_ 11

Artikel 31.   De Standaardrijder 11

Artikel 32.   De Vaandrig_ 11

Artikel 33.   Jeugdleden_ 12

Artikel 34.   Zandhoven_ 12

Artikel 35.   Moergestelse Gilden_ 12

Artikel 36.   Protocol voor de installatie van een Hoofdman_ 13

Hoofdstuk 3 Het Vogelschieten_ 14

Artikel 37.   Het Termijn_ 14

Artikel 38.   Deelnemers 14

Artikel 39.   De leugenvogel 14

Artikel 40.   Vogel en Schutboom_ 14

Artikel 41.   Schoten vooraf 14

Artikel 42.   Het laatste Schot 14

Artikel 43.   Inleg voor het Schieten_ 14

Artikel 44.   Protocol van de Eucharistieviering_ 15

Artikel 45.   Protocol van het Koningschieten van de Gildebroeder 16

Artikel 46.   Protocol van het Koninginschieten_ 18

Hoofdstuk 4   Vieren en Vergaderen_ 19

Artikel 47.   De statiedag_ 19

Artikel 48.   Het trekken door de straten_ 19

Artikel 49.   De Eucharistieviering_ 19

Artikel 50.   De Jaarvergadering_ 19

Artikel 51.   Het Stemmen_ 19

Artikel 52.   De Teeravond_ 20

Artikel 53.   Contributie_ 20

Artikel 54.   De Kinderen_ 20

Artikel 55.   De begrafenis 20

Artikel 56.   De Rouwperiode_ 20

Artikel 57.   Protocol van de Begrafenis 21

Artikel 58.   De Optochten_ 22

Artikel 59.   Ere wie ere toekomt 22

Artikel 60.   Huishoudelijk Reglement 22

Artikel 61.   Goedkeuring_ 22


Inleiding (Inhoudsopgave)

Naar aanleiding van wijzigingen door de Gildebroeders, gedaan na de goedkeuring van het huishoudelijk reglement (19-12-1988), was het de noodzaak om het gehele reglement opnieuw op te zetten. Met nadruk wordt gewezen op het feit dat er inhoudelijk niets veranderd is. Alleen de structuur is verbeterd en de artikelnummering is aangepast vanwege de veranderingen. Vanwege leesbaarheid en de originele tekst van het huishoudelijk reglement spreekt men in dit document meestal over Gildebroeder en hij. Echter daar waar Gildebroeder staat kan men ook lezen: Gildezuster, zo ook voor hij leest men bij een Gildezuster: Zij.

Het huishoudelijk reglement heeft rekening gehouden met :

            De traditie
            De oude Kaart van 1504
            De statuten van 1979
            De moderne tijd
            en praktische redenen.


Hoofdstuk 1 Het Lidmaatschap (Inhoudsopgave)

Artikel 1.                         Opdracht. (Inhoudsopgave)

Van de leden van het Gilde “Sint Sebastiaan en Barbara” wordt verwacht:

1.1. Dat ze in broederschap met elkaar zullen meeleven. Vooral bij gebeurtenissen in het gezin, zoals bij ziekte en overlijden.

1.2. Dat zij opkomen voor waardevolle traditie’s, zoals solidariteit met andere gilden, met mensen van de dorpsgemeenschap en naaste buren.

1.3. Dat zij eensgezind uiting geven aan hun religieuze gevoelens gebaseerd op het Christelijk geloof. Zoals het vieren van de Eucharistie bij gebeurtenissen in de gezinnen van de leden, bij begrafenissen van Gildebroeders en zusters en het gedenken van onze Patroonheilige “Sint Sebastiaan”.

1.4. Dat ze broederlijk zullen feestvieren als uiting van hun levensvreugde. Zoals op teeravonden, het deelnemen aan gildedagen, wedstrijden met bevriende gilden en het samen schieten met pijl en boog op doel of boom.

1.5. Dat zij steeds bereid zijn om mee te helpen aan het organiseren van evenementen voor eigen of andere gilden en activiteiten gericht op de gezinnen van de leden of de dorpsgemeenschap.

Artikel 2.                         Gewone leden (Statuten. 6.2) of Gezworenen (Kaart.1) (Inhoudsopgave)

Zijn zij die:

2.1. Vrouwelijke of mannelijke inwoner zijn van Moergestel (Kaart.49) en hun Gilde-eed hebben afgelegd.

2.2. Inwoner waren, maar verhuisd zijn naar elders en te kennen hebben gegeven gewone leden te willen blijven.

Artikel 3.                         Om gewoon lid te worden moet men (Inhoudsopgave)

3.1. Inwoner zijn van het dorp Moergestel (Kaart.49)

3.2. Achttien jaar of ouder zijn. (Statuten. 6.2)

3.3. Een vol jaar aspirant-lid zijn geweest. (Statuten. 6.2)

3.4. In dat jaar zich gedragen hebben in de geest van onze Gilde.

3.5. In de algemene vergadering met tweederde van de geldige stemmen zijn gekozen. (Statuten. 6.3)

3.6. De eed van trouw hebben afgelegd en geïnstalleerd zijn volgens het protocol: (Artikel 13 )

3.7. Bij bijzondere gevallen moet de Overheid dit voor leggen aan de Gildebroeders in een algemene vergadering. Deze zullen dan gezamenlijk een bindende beslissing nemen

Artikel 4.                         Buitenleden (Statuten 7) (Inhoudsopgave)

Zijn zij die:

4.1. Inwoner van het dorp waren maar naar elders zijn verhuisd.

4.2. Wel lid willen blijven maar door de omstandigheden niet meer ten volle aan de gilde-verplichtingen kunnen voldoen. (Artikel 1 )

Artikel 5.                         Rustende leden (Statuten 7) (Inhoudsopgave)

Zijn zij die:

5.1. Lid zijn van het Gilde.

5.2. Wegens ouderdom, ziekte of gebreken niet ten volle aan de gilde-verplichtingen kunnen voldoen. (Artikel 1 )

Artikel 6.                         Buitenleden en rustende leden (Inhoudsopgave)

6.1. Kunnen geen functie uitoefenen in het Gilde.

6.2. Wie een functie heeft mag zijn mandaattijd uitzitten.

6.3. Hij mag niet mee dingen naar het Koningschap.

6.4. Aanwezig op vergaderingen heeft hij gewoon stemrecht.

Artikel 7.                         Gezellen (Inhoudsopgave)

Bij het Gilde Sint Sebastiaan kunnen ook jongere mensen onder de achttien jaar zijn aangesloten. Zij kunnen een dienende rol spelen. Zij hoeven om gezworen lid te worden geen speciaal aspirant-jaar door te maken. Ze hebben alle rechten van een Gildebroeder behalve actief en passief stemrecht.

Artikel 8.                         Ereleden en Lid van Verdiensten (Inhoudsopgave)

Zijn zij die:

8.1. Om hun verdiensten worden zij benoemd door tweederde van de stemmen in een algemene vergadering.

8.2. Wie geen lid is van het Gilde wordt erelid. Hij heeft zonder meer geen rechten of plichten.

8.3. Wie  lid is van het Gilde wordt lid van verdiensten. Hij behoudt al zijn rechten in het Gilde en heeft recht op een plaats in de overheidscommissie.

Artikel 9.                         Uittredende leden (Inhoudsopgave)

Zijn zij die:

9.1. Door de algemene vergadering met drievierde van de geldige stemmen (Statuten. 11.4) niet langer erkend worden als lid van het Gilde.

9.2. Zij die vrijwillig uittreden. (Artikel 10 )
Hun uittreden, zal definitief en onherroepelijk zijn.

Artikel 10.               Sluimerleden (Inhoudsopgave)

Wanneer een Gildebroeder of zuster in moeilijkheden geraakt (geestelijke nood, relatie problemen etc.), dan mag hij bij de overheid een verzoek indienen voorlopig ontheven te worden van alle rechten en plichten van een Gildebroeder. Alleen de Overheid (d.i. Hoofdman, Schrijver en Schatbewaarder) zullen over het verzoek beslissen. Bij toestemming zal zij het zonder commentaar aan de algemene vergadering meedelen. Indien na tien jaar geen hoop is op een spoedige terugkeer, van het voornoemde lid, dan mag de algemene vergadering besluiten tot definitieve uitsluiting van dit lid.

Artikel 11.               Uitzondering (Inhoudsopgave)

Zij die voor één januari negentienhonderd zeven en negentig (1-1-1997) zijn uitgetreden en niet hebben kunnen profiteren van Artikel 10 (Sluimerleden) kunnen nog een aanvraag doen in het Gilde terug te keren.
De algemene vergadering zal beslissen over de wenselijkheid. Na een jaar proeftijd van het terugkerende lid zal de algemene vergadering een definitief besluit nemen over het wel aanvaarden van dit lid.

Artikel 12.               Overstap (Inhoudsopgave)

Wanneer een Gildebroeder of zuster uit een andere Gilde lid wil worden van onze Gilde, kan dat slechts geschieden na de goedkeuring van de verlatende als de ontvangende Gilde.
Er is dan geen sprake van een hernieuwde eedaflegging. Wel kan er door de algemene vergadering gevraagd worden om een proefperiode van een jaar.
Aanvaarbare reden van een dergelijk overstap kunnen zijn: verhuizing, het schietwapen, het zich niet thuis voelen etc.


Artikel 13.               Protocol van de installatie van een Gildebroeder – zuster (Inhoudsopgave)

 De Hoofdman verzoekt de priester en de Burgemeester aan weerszijde van hem plaats te nemen voor het altaar.

Hij nodigt de aspirant – Gildebroeder (zuster) naar voren te komen.

Een vendelier en een tamboer gaan achter de aspirant staan.

De Hoofdman neemt het woord en zegt:

         In de algemene vergadering van …………………………………….(datum)

Hebben de Gildebroeders van het gilde “Sint Sebastiaan en Barbara” besloten jou wel willen op te nemen als Gildebroeder.

Er wordt van jouw verwacht:

Dat je als Gildebroeder de traditie van onze Gilde zult eerbiedigen en zult trachten die traditie mee in stand te houden.

Dat je als lid je verbonden zult voelen met je medebroeders in vreugde en verdriet.

Dat je als gelovig mens trouw zult blijven aan God en de Kerk.

Dat je gepast respect zult opbrengen voor de geestelijke wereldlijke macht.

In aanwezigheid van de Gildebroeder s en Gildezusters.

In aanwezigheid van het geestelijk en wereldlijk gezag,

Voor het altaar van Jezus Christus,

vraag ik  jou…………………………………………………………….(naam)

Wil je lid worden van het Gilde “ Sint Sebastiaan en Barbara”?

(Aspirant)       “ Ja , dat wil ik “.

Leg je hand dan op het vaandel.

Beloof je trouw te zijn aan onze Gilde?

(Aspirant)       “ Ja , dat beloof ik “

Dan hang ik je de sjerp om net de kleur van onze Gilde, geef je de hoed met de pluim van de broederschap, en verklaar als Hoofdman dat

jij ………………………………………………….(naam)

Volgens onze traditie bent opgenomen als gezworen lid van het Gilde “Sint Sebastiaan en Barbara”.

Proficiat!

De nieuwe Gildebroeder gaat links van de Hoofdman staan en krijgt de vendelgroet.

 (Indien men een Gildezuster installeert leest men voor Gildebroeder: Gildezuster.)


Hoofdstuk 2 Gezag en Overheid (Inhoudsopgave)

Artikel 14.               De Algemene Ledenvergadering (Inhoudsopgave)

Een rechtsgeldig bij elkaar geroepen vergadering van de leden is het hoogste gezag in het Gilde.
Ze kan ten alle tijden kleine beslissingen van de Overheid of bestuur bekritiseren en bij grote aangelegenheden de beslissingen nietig verklaren. (Statuten 16).
Zij kiest de personen die wel of niet toegelaten worden tot de Gilde en benoemd personen voor een openstaande functie.

Artikel 15.               Om rechtsgeldig te kunnen optreden (Statuten 12) (Inhoudsopgave)

15.1. Moet de vergadering uitgeschreven zijn door de Overheid of door vijf gezworen leden schriftelijk zijn aangevraagd bij de Overheid, die ze dan moet uitschrijven.

15.2. De agenda moet in grote lijnen bekend gemaakt zijn.

15.3. Het aantal stemgerechtigden geëist door de statuten moeten aanwezig zijn.

Artikel 16.               De Overheid (Inhoudsopgave)

Zij bestaat uit de Hoofdman, de Schrijver en de Schatbewaarder.

Naar oordeel van de algemene vergadering kunnen om goede reden aan haar nog twee personen worden toegevoegd. Zij heeft van de algemene vergadering de volmacht bestuurlijke zaken af te werken en op te treden als dagelijks bestuur. Zij is altijd verantwoordelijkheid verschuldigd aan de algemene vergadering. Zij moet de opdrachten van de algemene vergadering uitvoeren. Zij wordt in haar taak bij gestaan door een adviescommissie.

Artikel 17.               De Gezworen of Opperdeken (Inhoudsopgave)

Hij is een door de algemene vergadering gekozen Opperdeken.

Zijn taak is:    

17.1. Op te treden als ceremoniemeester

17.2. Waken over de discipline van het Gilde in optochten.

17.3. En het naleven van het huishoudelijk reglement.

17.4. Hij houdt toezicht over in het gebruik zijnde materiaal.

17.5. Hij heeft het recht aanwijzingen te geven en opmerkingen te maken bij het gedrag en de kleding van de Gildebroeder s en zusters.

17.6. Bij een gelegenheid zal hij de Overheid bijstaan in het volt laten verlopen van een gebeurtenis.

Hij is lid van de adviescommissie.

Artikel 18.               De Adviescommissie (Inhoudsopgave)

Bestaat uit personen die niet direct door de algemene vergadering zijn gekozen, maar wel een taak of een titel hebben in het Gilde. Zoals: Keizer, Koningsdeken (vorige Koning), Standaardrijder en Vaandrig.

Artikel 19.               Zittingstermijn van de Adviescommissie (Inhoudsopgave)

Alle leden van de commissie zijn aftredend bij het schieten van een nieuwe Koning, uitgezonderd de Keizer.

In de eerstvolgende vergadering na het Koningschieten moet de Standaardrijder zijn functie opnieuw pachten en de Vaandrig moet dan wel of niet bevestigd worden. Er kunnen dan ook door de leden nieuwe kandidaten gesteld worden.

Artikel 20.               De Hoofdman (Inhoudsopgave)

Hij is de rechtsgeldige gekozen leider van het Gilde. (Statuten 20-21-22-23-24).

Na de installatie volgens protocol Artikel 36 is hij het hoogste persoonlijk gezag van het Gilde.

Hij is de voorzitter van de algemene vergadering en van de Overheid. Zonder zijn weten kan er in het Gilde niets ondernomen worden. Namens het Gilde, samen met de andere personen van de Overheid, kan hij zakelijk en wettelijk optreden.

Artikel 21.               De taak van de Hoofdman (Inhoudsopgave)

21.1. Hij geeft leiding aan de Gildebroeders en probeert hen te bezielen in hun broederschap.

21.2. Hij werkt broederlijk samen in de Overheid

21.3. Hij zorgt ervoor dat het Gilde respectvol en trouw blijft aan de traditie, de oude Kaart, de Statuten en dit reglement.

21.4. Hij voelt zicht verantwoordelijk voor het optreden van het Gilde.

21.5. Hij is aanwezig waar het Gilde optreed.

21.6. Hij treedt op als scheidsrechter bij onderlinge moeilijkheden of geschillen.

21.7. Hij houdt toezicht dat alle taken in het Gilde goed worden vervuld.

Artikel 22.               De Schrijver (Inhoudsopgave)

Hij is de rechtsgeldige secretaris van het Gilde (Statuten. 20-21-22) en lid van de Overheid.

Artikel 23.               Taak van de Schrijver (Inhoudsopgave)

23.1. Hij zorgt ervoor dat alle waardevolle gebeurtenissen in het Gilde genoteerd worden.

23.2. Hij maakt verslagen van alle vergaderingen van Overheid en het Gilde.

23.3. Hij heeft de zorg over alle documenten van het Gilde.

23.4. Hij neemt schriftelijk contact op met instanties of personen in opdracht van het Gilde of de Overheid.

23.5. Hij verzorgt de publicaties in de kranten en tijdschriften wanneer dit gewenst is. In overleg met de Overheid.

23.6. Hij vult enquêteformulieren in en dient verzoekschriften in waar nodig gevonden wordt door de Overheid.

23.7. Hij houdt een ledenregister bij waarbij aangetekend wordt tot welke categorie elk lid behoord. (Statuten 7)

Artikel 24.               De Schatbewaarder (Inhoudsopgave)

Hij is de rechtsgeldige penningmeester van het Gilde (Statuten 20-21-22) en lid van de Overheid.

Artikel 25.               De taak van de Schatbewaarder (Inhoudsopgave)

25.1. In opdracht van het Gilde beheerst hij de Gildekas.

25.2. Hij waakt erover dat er zuinig wordt omgegaan met het vermogen van het Gilde.

25.3. Hij int de contributie en andere bijdragen.

25.4. Hij voert de opdrachten van de algemene vergadering of de Overheid nauwkeurig uit.

25.5. Hij houdt nauwkeurig de boeken bij van inkomsten en uitgaven.

25.6. Hij waarschuwt de algemene vergadering wanneer er te kort dreigt. En vraagt om maatregelen om het evenwicht te herstellen.

25.7. Hij geeft jaarlijks een financieel verslag en een begroting voor het komende jaar. (Statuten 13.c)

25.8. Hij werkt bereidwillig mee bij de controle van de kascommissie.

Artikel 26.               Kascommissie (Inhoudsopgave)

De algemene vergadering kiest elk jaar uit de gewone leden drie personen die de opdracht hebben om, voor de jaarvergadering of wanneer dat door de vergadering gewenst wordt, de kasboeken te controleren.

Na twee jaar zitting in de kascommissie is men niet direct meer herkiesbaar, maar waakt men er over dat niet alle drie personen tegelijk aftredend zijn (Statuten 13-d). De kascommissie brengt verslag uit aan de algemene vergadering maar heeft tot dan een zwijgplicht over haar bevindingen, tenzij ze het raadzaam acht de Overheid te waarschuwen.

Artikel 27.               De Keizer (Inhoudsopgave)

Iemand die voor de derde keer achtereen Koning schiet is Keizer voor het leven. (Kaart 5).

Zolang de regerende Keizer leeft, in het Gilde, kan er geen andere Keizer bijkomen. Zijn eventuele opvolger moet wachten tot de Keizer ofwel uit het Gilde treedt of sterft.

Artikel 28.               De Koning (Inhoudsopgave)

Hij die rechtmatig de vogel naar beneden schiet is Koning.(Kaart 3)

Hij is verpersoonlijking van het Gilde. Hij draagt de eer en de waardigheid van het Gilde naar buiten toe. En moet in het Gilde als zodanig erkend worden. Hij is niet vervangbaar.

Artikel 29.               Van de Koning wordt verwacht (Inhoudsopgave)

29.1. Dat hij als Koning aanwezig is daar waar het Gilde officieel optreedt.

29.2. Dat hij alles zal vermijden wat het Gilde kan schaden en de eer van het Gilde kan schenden.

29.3. Dat hij grote zorg zal dragen voor “ de breuk ”.

29.4. Dat hij een nieuw schild aan de breuk zal hangen met zijn naam. (Kaart 3)

29.5. Dat hij zitting neemt in de adviescommissie en trouw de vergaderingen van de Overheid zal bijwonen.

29.6. Na een periode van Koning dat hij dan de taak op zich neemt van Koningsdeken.

Artikel 30.               De Koningsdeken (Inhoudsopgave)

Wanneer een nieuwe Koning komt wordt de vorige Koning Koningsdeken.(Kaart 6). Tenzij deze hiervan afstand doet. In dit geval zal de algemene vergadering een nieuwe Koningsdeken kiezen.

Hij is lid van de adviescommissie en staat de nieuwe Koning bij in zijn taak.

Artikel 31.               De Standaardrijder (Inhoudsopgave)

31.1. Hij rijdt de standaard wanneer het Gilde uittrekt.

31.2. Hij is de boodschapper van het Gilde.

31.3. Hij pacht voor vier jaar zijn ambt.

31.4. Hij mag zich in noodgevallen laten vervangen door een andere standaardrijder. Maar de vervanger moet lid zijn van de eigen Gilde.

31.5. Hij is lid van de adviescommissie.

Artikel 32.               De Vaandrig (Inhoudsopgave)

32.1. Hij is de drager van het Moedervaan.

32.2. Hij moet ervoor zorgen dat het vaan niet misbruikt wordt en steeds met eerbied wordt behandeld.

32.3. De vendelgroet wordt altijd gebracht door de Vaandrig en waar hij niet kan door een vendelier, aangewezen door de Vaandrig.

32.4. Hij is het hoofd van de vendeliers, bespreekt met hen de plannen en zorgt voor instructie in het vendelzwaaien.

32.5. Hij is lid van de adviescommissie.

Artikel 33.               Jeugdleden (Inhoudsopgave)

Personen die nog te jong zijn om lid van het Gilde te worden, kunnen aan het Gilde verbonden zijn als “Gezellen” . Zij:

33.1. Kunnen in het Gilde aan taak vervullen zoals tamboer en vendelier.

33.2. Ze mogen deelnemen aan manifestaties van het Gilde. Zoals optochten, schietwedstrijden en feestavonden.

33.3. Mogen aanwezig zijn op vergaderingen.

33.4. Hebben geen stemrecht in het Gilde.

33.5. Betalen geen contributie.

Artikel 34.               Zandhoven (Inhoudsopgave)

Met het Gilde “Sint Sebastiaan” uit Zandhoven heeft onze Gilde een bijzondere band.

34.1. Zij zullen minstens één keer in het jaar bij elkaar op bezoek komen.

34.2. Haar eigen Gildebroeder s en zusters aansporen aan deze bijeenkomsten deel te nemen.

34.3. Elkaar te helpen waar dat mogelijk is.

Artikel 35.               Moergestelse Gilden (Inhoudsopgave)

Met deze Gilden heeft onze Gilde vriendschappelijke betrekkingen.

35.1. Ze zal broederlijk met haar samenwerken waar het gaat over het Gilde in het algemeen en in het bijzonder waar het gaat over “het Gilde en het Dorp “.

35.2. Zij zal belangstelling tonen en meeleven met het lief en leed van deze Gilden.

35.3. Haar helpen waar dat mogelijk is en wenselijk.


Artikel 36.               Protocol voor de installatie van een Hoofdman (Inhoudsopgave)

 De vorige Hoofdman of zijn plaatsvervanger staat voor het altaar en nodigt de priester en de Burgermeester uit naast hem te komen staan.

Hij vraagt de kandidaat Hoofdman naar voren te komen.

Een vendelier en een tamboer gaan achter de kandidaat staan.

De Hoofdman neemt het woord en zegt:

Gildebroeder………………………………………………….(Naam)

De Gildebroeders van het Gilde “Sint Sebastiaan en Barbara” hebben je in de algemene vergadering van …………………(datum) volgens onze statuten gekozen tot Hoofdman van onze Gilde.

Door hun keuze spreken zij de verwachting uit:

Dat je het broederschap in onze Gilde zult behartigen en haar eer zult verdedigen.

Dat je trouw zult blijven aan God en zijn Kerk.

Dat je het geestelijk en wereldlijk gezag met respect zult tegemoet treden.

In aanwezigheid van het geestelijk en wereldlijk gezag,

Voor het altaar van Jezus Christus,

Vragen wij, Gildebroeders en zusters,

Wil jij ……………………………de taak van Hoofdman op je nemen?

( Kandidaat)               “Ja dat wil ik”

Leg je hand op het vaandel.

Beloof je naar vermogen een goede leider te zijn van onze Gilde?

( Kandidaat)    “Ik beloof mijn best te doen om het Gilde “ Sint Sebastiaan en Barbara” te geleiden en besturen in de geest van de oude Kaart en in de traditie van onze voorvaderen.

                        Moge God en de Ridder Sebastiaan me daarbij helpen.”

Ik geef je de “ Piek “ van je waardigheid, de sikkel van je inzet en de hoed met de gele pluim teken van uw leiderschap en verkondig u als wettige Hoofdman van het Gilde “ Sint Sebastiaan en Barbara”.

Onderteken nu uw geschreven belofte.      ( Indien mogelijk op de trom).

(De nieuwe Hoofdman krijgt de vendelgroet en wordt gefeliciteerd.)


Hoofdstuk 3 Het Vogelschieten (Inhoudsopgave)

Artikel 37.               Het Termijn (Inhoudsopgave)

Om de vier jaar, op Kermismaandag, zal onze Gilde “ Vogelschieten “ om het Koningschap. En wel in het tweede jaar van het termijn dat begint bij het Koningschieten van het Gilde “Sint Joris”.

Artikel 38.               Deelnemers (Inhoudsopgave)

Alle gewone leden van onze Gilde (Artikel 2 - Artikel 6 ) kunnen meedingen naar het Koningschap. Uitgezonderd:

38.1. De Hoofdman.

38.2. Zij die niet van plan zijn het Koningschap te aanvaarden.

38.3. Zij die om speciale reden niet aanvaarbaar zijn als Koning.

De Overheid in overleg met de adviescommissie zal over de “niet aanvaarbaarheid” van personen moeten oordelen.

Artikel 39.               De leugenvogel (Inhoudsopgave)

Één week voor het vogelschieten zal een leugenvogel op de schutsboom geplaatst worden als “oefenvogel”. Gedurende die tijd mag de schutboom niet ontsloten worden.

Artikel 40.               Vogel en Schutboom (Inhoudsopgave)

40.1. De Schutboom is twaalf tot dertien meter hoog.

40.2. De buik van de vogel is ongeveer twaalf maal zestien centimeter groot.

40.3. Zowel de vogel als de boom worden versierd.

40.4. De vogel wordt geplaatst door de drie Moergestelse Hoofdlieden.

40.5. De vogel wordt definitief vast op de boom gezet.

Artikel 41.               Schoten vooraf (Inhoudsopgave)

41.1. De geestelijke en wereldlijke gezag krijgen drie schoten vooraf om de boom vrij te maken.
Bij het neerhalen van de vogel zijn zij geen Koning en hoeven dus ook niets af te kopen.

41.2. Daarna krijgt de Koning drie schoten vooraf.
Haalt hij de vogel naar beneden, dan blijft hij Koning en het spel is gedaan.
Haalt hij voor de derde achtereen de vogel omlaag, dan is hij “Keizer” of “Wachtende Keizer” en moet er verder geschoten worden voor een nieuwe Koning.

Artikel 42.               Het laatste Schot (Inhoudsopgave)

42.1. Wie het laatste stuk van de vogel neerhaalt is Koning.

42.2. Bij twijfel, wie het laatste schot gegeven heeft moeten zij, waarover de twijfel bestaat, onderling kampen om de titel.

42.3. De beslissing hierover ligt bij de drie Hoofdlieden.

Artikel 43.               Inleg voor het Schieten (Inhoudsopgave)

43.1. De mededingers betalen onder de boom een Euro schietgeld, dat ten goede komt aan de zieke Gildebroeders en zusters.

43.2. Is de Koning eenmaal geschoten, dan betalen alle aanwezige Gildebroeders van onze Gilde een afgesproken bedrag aan de nieuwe Koning als drinkgeld.

Artikel 44.               Protocol van de Eucharistieviering (Inhoudsopgave)

44.1. De dag van het vogelschieten begint om tien uur met een plechtige Eucharistieviering. Liefst een gezongen Gregoriaanse mis. Alle Gildebroeders behoren erbij te zijn en alle Gildezusters en haar kinderen zijn van harte welkom.

44.2. Het Gilde trekt in formatie, met slaande trom, de kerk binnen. De Hoofdman gaat voor het altaar staan met de vendeliers en tamboers naast voor zich.
De Hoofdman heet iedereen welkom en nodigt de aanwezigen uit om Gods zegen te vragen over deze dag.

44.3. Na de voorbeden offeren alle aanwezige op de trom.

44.4. Bij de consecratie roffelt de trom en neigen de vaandels.

44.5. Na de zegen nodigt de Hoofdman de Burgemeester, de priester, de Keizer en de Koning uit naar voren te komen voor de vendelgroet.

44.6. Daarna brengen de kinderen of vrouwen bloemen naar de Koning bestemd voor de zieke Gildebroeders en zusters.

44.7. Samen met de Standaardrijder vertrekt de Koning direct om de bloemen naar de zieken te brengen.

44.8. Na hun vertrek vormt zich het Gilde in formatie om naar het “trefhuis” te gaan.

44.9. Daar wordt gewacht op de Koning en de Standaardrijder.

44.10. Onze Gilde wordt afgehaald door de Moergestelse gilden en samen met de priester en burgemeester, trek men op naar de schutboom.


Artikel 45.               Protocol van het Koningschieten van de Gildebroeder (Inhoudsopgave)

45.1. De Opperdeken treedt bij dit protocol op als ceremoniemeester.

45.2. Met voorop het Gilde, die Koningschiet, trekken de Moergestelse Gilden in formatie naar de schutboom. De vogel wordt meegedragen.

45.3. Opstelling Bij de boom aangekomen wacht de stoet tot de Standaardrijder drie maal de boom heeft gevrijd, om daarna zelf drie maal rond de boom te trekken.

45.4. Ze eindigt achter de wachtkring en alle Gildebroeders blijven daar staan.

45.5. De Hoofdlieden nemen hun plaats in voor de boom.

45.6. De Hoofdman beveelt de Standaardrijder de Standaard te plaatsen als teken van in het bezit nemen van het terrein.

45.7. De Hoofdlieden zetten de vogel definitief vast op de schutboom.

45.8. Het geestelijke en wereldlijke gezag worden uitgenodigd de schoten vooraf te geven. (Artikel 41.1 ) (met behulp van een Gildebroeder)

45.9. De Koning wordt uitgenodigd. Hij hangt de breuk aan de schutsboom en lost zijn drie schoten. (Artikel 41.2 )

45.10. De Hoofdman kondig aan:
          Het Koningschap staat open. Wij verklaren de boom vrij voor de strijd”.

En waarschuwt:
          “ Wie de vogel neerhaalt mag het Koningschap niet weigeren.”

45.11. De Schutters treden aan en offeren hun schietgeld.

45.12. Gildebroeders die niet meeschieten blijven buiten de kring.
Wie wel mee wil schieten, maar geen Koning wil worden, moet zich op een geschikt moment terug trekken op de wachtkring.

45.13. De Hoofdlieden controleren de strijd. Zij mogen het schieten onderbreken.

a)      Als er onreglementair geschoten wordt.

b)      De strijd te lang duurt en de vogel wel losser gezet moet worden.

c)      Om de niet Koning - kandidaten te waarschuwen zich terug te trekken.

45.14. Is de vogel neergehaald, dan trekken alle Gildebroeders zich terug op de wachtkring; ook hij die de vogel heeft afgeschoten.

45.15. De Hoofdlieden overleggen met elkaar of het neerhalen van de vogel volgens de regels is geschied.

45.16. Is er twijfel over wie het laatste schot gegeven heeft (Artikel 42 ) dan plaatsen de Hoofdlieden de vogel opnieuw op de boom en roepen hen, waarover de twijfel bestaat, naar voren voor een onderlinge kamp.

45.17. Is alles normaal verlopen dan kondigt de Hoofdman aan:

”Het vogelschieten is rechtsgeldig en volgens de traditie geschied
Wij verklaren …………………………….(naam) kandidaat-Koning.
Wil hij naar voren komen.
Gildebroeder …………………………….(naam) wilt gij het Koningschap van het Gilde “Sint Sebastiaan en Barbara” aanvaarden?”

(Kandidaat)  “ ja dat wil ik “

Hoofdman : “ Zult gij als Koning de eer van dit Gilde hooghouden?”

(Kandidaat)  “ Zo waarlijk helpe mij God en de Ridder Sint Sebastiaan ”

Hoofdman :  “ Dan zijt gij van nu af de nieuwe Koning van onze Gilde.
                 Was je handen als teken van je goede voornemens.
                 En wij hangen je nu de breuk om van je waardigheid.”

45.18. De Hoofdlieden feliciteren de nieuwe Koning.

45.19. De Vaandrig komt naar voren en brengt een vendelgroet aan de nieuwe Koning temidden van de Hoofdlieden.

45.20. Hij legt het vaandel op de grond en de Hoofdman zegt tot de nieuwe Koning:
” Treed over het vaandel dat zich onderwerpt aan de nieuwe Koning.”

45.21. De nieuwe Koning gaat over het vaandel naar de Gildebroeders toe die hem dan feliciteren.

45.22. De Standaardrijder heeft intussen, toen duidelijk was dat het spel voorbij was, de Standaard genomen en is vrouw of moeder van de nieuwe Koning gaan waarschuwen.

45.23. Onder de boom wordt nu de erewijn geschonken.

45.24. Nu wordt aan de nieuwe Koning het drinkgeld overhandigd waarvan sprake is in Artikel 43 .

45.25. De drie Gilden gaan in formatie naar het gildehuis.


Artikel 46.               Protocol van het Koninginschieten (Inhoudsopgave)

46.1. Binnen de twee maanden na het Koningschieten, op een zaterdag zullen de Gildezusters haar “Koningin van de dag” schieten.

46.2. Op een afgesproken plaats wordt de vrouw van de Koning en de Gildezusters afgehaald door de hele Gilde: informatie en vol tenue. De Gildezusters dragen een rode roos.

46.3. De vogel mag niet hoger staan dan tien meter, de buik van de vogel moet een omtrek hebben van twintig centimeter.

46.4. Het protocol verloopt zoals bij het Koningschieten. De drie Hoofdlieden van de Moergestelse gilden controleren de strijd.

46.5. De vorige “Koningin van de dag” krijgt drie schoten vooraf.

46.6. De Gildezusters, die niet mee schieten  blijven met de Gildebroeders achter de wachtkring.

46.7. De vogel eenmaal neergehaald, trekt iedereen zich terug op de wachtkring.

46.8. de Hoofdman nodigt de Gildezuster, die de kamp heeft gewonnen, naar voren te treden en zegt:
” Jij hebt de eer de koningin van de dag te zijn. Ik hang je het wisselschild om, het teken van je waardigheid.”

46.9. De vrouw van de Koning en de Koningin van de dag krijgen tussen de Hoofdman en de Koning in de vendelgroet.

46.10. Het feest eindigt met het prijs verschieten op twee vogels.
Waaraan ook de Gildezusters mogen deelnemen.

46.11. De Opperdeken treedt bij dit alles op als ceremoniemeester.


Hoofdstuk 4   Vieren en Vergaderen (Inhoudsopgave)

Artikel 47.               De statiedag (Inhoudsopgave)

Rond het feest van Sint Sebastiaan (twintig januari) op een zaterdag, houdt onze Gilde haar statiedag. Zij manifesteert zich die dag aan de Moergestelse bevolking.
Deze dag heeft oorspronkelijk 5 elementen in zich:

47.1. Het trekken door de straten.

47.2. Een plechtige Eucharistieviering.

47.3. Een jaarvergadering.

47.4. Een Prijsverschieting.

47.5. Een Teeravond.

Artikel 48.               Het trekken door de straten (Inhoudsopgave)

Elke Gildebroeder moet er opstaan deze dag mee te maken.
Het Gilde moet op volle strekte zijn en met alle pracht en praal, die mogelijk is..

Artikel 49.               De Eucharistieviering (Inhoudsopgave)

49.1. In de Eucharistieviering behoren niet alleen alle Gildebroeders aanwezig te zijn (Kaart 20), maar ook alle Gildezusters en kinderen zijn van harte welkom.

49.2. Er zal getracht worden deze viering onder de aandacht te brengen van de parochianen.

49.3. De plechtigheid geschied volgens protocol Artikel 44 behalve de laatste vijf punten.

49.4. Bij de voorbeden zal het zielenboek worden voorgelezen.

49.5. Mocht er een installatie zijn van een Hoofdman of Gildebroeder, dan zal dit geschieden volgens de protocollen Artikel 13 en Artikel 36 .
Deze zal plaats hebben na de voorbeden.

Artikel 50.               De Jaarvergadering (Inhoudsopgave)

Op de jaarvergadering behoren aan de orde te komen:

50.1. Het jaarverslag van de Schrijver en Schatbewaarder.

50.2. Het jaarprogramma en Begroting.

50.3. Verkiezingen voor en opvullen van functies.

50.4. Het verslag van de Kascommissie en het benoemen van een nieuwe commissie.

50.5. Het vaststellen van de contributie en bijdragen.

50.6. Wijzingen van de statuten en huishoudelijk reglement.

Artikel 51.               Het Stemmen (Inhoudsopgave)

51.1. Het aantal stemmen, dat geëist wordt door de statuten om een rechtsgeldige beslissing te nemen, zal strikt geëerbiedigd worden.

51.2. Daar waar het aantal aanwezige Gildebroeders de stemming wel of niet rechtsgeldig maakt, worden alleen de gewone leden geteld.

51.3. Het Gilde blijft naar traditie stemmen met witte (voor) en bruine (tegen) bonen, tenzij iemand uit de vergadering een schriftelijke stemming eist.

Artikel 52.               De Teeravond (Inhoudsopgave)

Om wat ruimte te scheppen op de statiedag zal men de teeravond vieren op een zaterdag na de statiedag. Alle leden zullen daarbij welkom zijn en de deelnemers zullen samen de onkosten van de avond dragen. (Kaart 16)

Artikel 53.               Contributie (Inhoudsopgave)

In Artikel één van de oude Kaart staat duidelijk dat alle Gildebroeders dezelfde bijdragen leveren. Uitgezonderd worden de Keizer voor het leven en de Koning voor zijn ambtstermijn. Derhalve:

53.1. In principe betaalt iedereen contributie, behalve de Keizer en de Koning.

53.2. Er moet wel een vergoeding betaald worden voor de noodzakelijke kosten.

53.3. De achterstallige contributie moet voldaan worden op de statiedag (Kaart 24)

53.4. De contributie wordt vastgesteld door de algemene vergadering.

53.5. De gewone leden betalen de volledige contributie.

53.6. Jeugdleden onder de achttien jaar zijn vrijgesteld van contributie.

53.7. Leden onder de één en twintig jaar betalen de halve contributie.

53.8. Vrouwen van Gildebroeders die gewoon lid willen worden of zijn, betalen de halve contributie.

Artikel 54.               De Kinderen (Inhoudsopgave)

In de oude tijden waren de kinderen automatisch geïnteresseerd in het Gildewezen en zijn activiteiten. Nu kan men dat alleen nog bereiken door ze deel te laten nemen in voor hen aangepaste activiteiten.
Het Gilde zal zijn aandacht ook daarop moeten richten.

Artikel 55.               De begrafenis (Inhoudsopgave)

Het hoort tot het wezen van het Gilde (Kaart 43) Gildebroeders en zusters met eer te begraven.
Het moet daarom een ereplicht zijn, als het maar even kan als Gildebroeder deel te nemen aan deze begrafenissen.

Artikel 56.               De Rouwperiode (Inhoudsopgave)

Bij het overlijden van een Gildebroeder of zuster zal het Gilde het Gildeleven stil leggen gedurende de tijd dat de overlevende boven aarde staat. En op de dag van de begrafenis zal het Gilde zich beperken tot het met Gilde-eer begraven van het Gildelid.


Artikel 57.               Protocol van de Begrafenis (Inhoudsopgave)

57.1. De Gildebroeders verzamelen zich bij het mortuarium.

57.2. De tijd gekomen sluiten zij de kist, daarbij wel oplettend dat er geen zilver in de kist achter blijft.

57.3. Op de kist komt de sjerp en het zilver en eventueel de bloemen.
Als er teveel bloemen zijn dragen de Gildebroeders de rest.

57.4. Voorop loopt de tamboer met een rouwomfloerste trom.
Dan de vendelier met een rouwstrik aan de vendels.

57.5. Langs de lijkwagen of de baar lopen zes Gildebroeders, drie aan elke kan.

57.6. Achter de baar loopt de Hoofdman en de Koning.
Aan de piek van de Hoofdman zit een rouwstrik.
De Koning is de enige die zilver dragen mag.

57.7. Achter hen volgen de Gildebroeders met hoed op het hoofd en deze houden zij op tot dat zij hun plaats in de kerk innemen.

57.8. Onder de toren wacht men op de priester. De voeten van de overledene moeten steeds naar het altaar gericht zijn.

57.9. Achter de priester aan begeleidt men de kist tot voor het altaar.

57.10. De dragers schikken de baar. Ze leggen de bloemen op de kist en rangeren de kandelaars.

57.11. De vendeliers en de tamboer wachten tot de baar geschikt is en gaan naar hun plaats in de bank.

57.12. Na de preek of de voorbeden verzorgen de Gildebroeders de collecte en voor het einde van de mis delen zij de gedachtenis prentjes uit.

57.13. Onder de consecratie neigen de vendeliers het vaandel en roffelt de trom.

57.14. Op het einde van de mis stellen de tamboer en de vendeliers zich op voor de priester.

57.15. Achter de priester aan gaat men naar het kerkhof in dezelfde volgorde als voor de heilige mis.

57.16. Bij de calvarieberg trekken de Gildebroeders zich wat terug om de familie ongehinderd afscheid te laten nemen.

57.17. Als de familie vertrokken is brengen de Gildebroeders de kist naar het graf en laat ze in het graf zinken.

57.18. Men bidt een “Wees gegroet” en een “Onze Vader” voor de overledene.

57.19. Als afscheid werpt de Hoofdman wat aarde op de kist, dan de Koning en daarna alle Gildebroeders.


Artikel 58.               De Optochten (Inhoudsopgave)

Wanneer het Gilde officieel uittrekt, is het zaak van alle leden zo goed mogelijk voor de dag te komen.
Daarbij telt het aantal deelnemers, de kleding die men draagt en de formatie die men vormt.
We moeten streven naar een volledige Gilde dat wil zeggen:

58.1. Een Standaardrijder te paard.

58.2. Op zijn minst twee tamboers

58.3. Een Vaandrig met vier vendeliers

58.4. Het beeld van Sint Sebastiaan
Te zijner tijd gecombineerd met een Gilde Maagd met twee bruidjes.

58.5. De Koning, de Hoofdman en Keizer

58.6. De Opperdeken en de Zilverdragers

58.7. Schutters met oude bogen

58.8. De Gildebroeders.

Artikel 59.               Ere wie ere toekomt (Inhoudsopgave)

Zowel de Koning als de Keizer hebben de ereplaatsen in onze Gilde.

Bij officiële gelegenheden zullen zij, waar mogelijk is, aan huis worden afgehaald door de gezamenlijke Gildebroeders. Ook de Koningin van de dag heeft recht op haar eer.

Artikel 60.               Huishoudelijk Reglement (Inhoudsopgave)

Dit reglement zal slechts daar toegepast worden, waar het noodzakelijk is.

Het kan ten alle tijden aangevuld en gewijzigd worden op een algemene vergadering met tweederde van de stemmen. Wel moeten de aanvullingen en wijzigingen van te voren door de Overheid en Adviescommissie besproken zijn, zodat de Overheid een voor of tegen advies kan geven.

Artikel 61.               Goedkeuring (Inhoudsopgave)

Dit reglement is goedgekeurd in de algemene vergadering van negentien december negentienhonderd acht en tachtig (19-12-1988).

Moergestel, 02 januari ’03

Getekend door de Overheid

                                                                                  Hoofdman

                                                                                  Schrijver

                                                                                  Schatbewaarder

(Inhoudsopgave)