
“Sint
Sebastiaan
en Barbara”
Moergestel
Huishoudelijk reglement
Huishoudelijk regelement
Sint Sebastiaan en Barbara
Moergestel
Datum: zondag, januari 12, 2003
Schrijver Jan van Elderen
Vooskerbos 23
5066 EJ Moergestel
Artikel 2. Gewone leden (Statuten. 6.2) of Gezworenen (Kaart.1)
Artikel 3. Om gewoon lid te worden moet men
Artikel 4. Buitenleden (Statuten 7)
Artikel 5. Rustende leden (Statuten 7)
Artikel 6. Buitenleden en rustende leden
Artikel 8. Ereleden en Lid van Verdiensten
Artikel 13. Protocol van de installatie van een Gildebroeder – zuster
Artikel 14. De Algemene Ledenvergadering
Artikel 15. Om rechtsgeldig te kunnen optreden (Statuten 12)
Artikel 17. De Gezworen of Opperdeken
Artikel 18. De Adviescommissie
Artikel 19. Zittingstermijn van de Adviescommissie
Artikel 21. De taak van de Hoofdman
Artikel 23. Taak van de Schrijver
Artikel 25. De taak van de Schatbewaarder
Artikel 29. Van de Koning wordt verwacht
Artikel 31. De Standaardrijder
Artikel 35. Moergestelse Gilden
Artikel 36. Protocol voor de installatie van een Hoofdman
Artikel 40. Vogel en Schutboom
Artikel 43. Inleg voor het Schieten
Artikel 44. Protocol van de Eucharistieviering
Artikel 45. Protocol van het Koningschieten van de Gildebroeder
Artikel 46. Protocol van het Koninginschieten
Hoofdstuk 4 Vieren en Vergaderen
Artikel 48. Het trekken door de straten
Artikel 49. De Eucharistieviering
Artikel 50. De Jaarvergadering
Artikel 57. Protocol van de Begrafenis
Artikel 59. Ere wie ere toekomt
Artikel 60. Huishoudelijk Reglement
Naar aanleiding van wijzigingen door de Gildebroeders, gedaan na de goedkeuring van het huishoudelijk reglement (19-12-1988), was het de noodzaak om het gehele reglement opnieuw op te zetten. Met nadruk wordt gewezen op het feit dat er inhoudelijk niets veranderd is. Alleen de structuur is verbeterd en de artikelnummering is aangepast vanwege de veranderingen. Vanwege leesbaarheid en de originele tekst van het huishoudelijk reglement spreekt men in dit document meestal over Gildebroeder en hij. Echter daar waar Gildebroeder staat kan men ook lezen: Gildezuster, zo ook voor hij leest men bij een Gildezuster: Zij.
Het huishoudelijk reglement heeft rekening gehouden met :
De traditie
De oude Kaart van 1504
De statuten van 1979
De moderne tijd
en praktische redenen.
Van de leden van het Gilde “Sint Sebastiaan en Barbara” wordt verwacht:
1.1. Dat ze in broederschap met elkaar zullen meeleven. Vooral bij gebeurtenissen in het gezin, zoals bij ziekte en overlijden.
1.2. Dat zij opkomen voor waardevolle traditie’s, zoals solidariteit met andere gilden, met mensen van de dorpsgemeenschap en naaste buren.
1.3. Dat zij eensgezind uiting geven aan hun religieuze gevoelens gebaseerd op het Christelijk geloof. Zoals het vieren van de Eucharistie bij gebeurtenissen in de gezinnen van de leden, bij begrafenissen van Gildebroeders en zusters en het gedenken van onze Patroonheilige “Sint Sebastiaan”.
1.4. Dat ze broederlijk zullen feestvieren als uiting van hun levensvreugde. Zoals op teeravonden, het deelnemen aan gildedagen, wedstrijden met bevriende gilden en het samen schieten met pijl en boog op doel of boom.
1.5. Dat zij steeds bereid zijn om mee te helpen aan het organiseren van evenementen voor eigen of andere gilden en activiteiten gericht op de gezinnen van de leden of de dorpsgemeenschap.
Zijn zij die:
2.1. Vrouwelijke of mannelijke inwoner zijn van Moergestel (Kaart.49) en hun Gilde-eed hebben afgelegd.
2.2. Inwoner waren, maar verhuisd zijn naar elders en te kennen hebben gegeven gewone leden te willen blijven.
3.1. Inwoner zijn van het dorp Moergestel (Kaart.49)
3.2. Achttien jaar of ouder zijn. (Statuten. 6.2)
3.3. Een vol jaar aspirant-lid zijn geweest. (Statuten. 6.2)
3.4. In dat jaar zich gedragen hebben in de geest van onze Gilde.
3.5. In de algemene vergadering met tweederde van de geldige stemmen zijn gekozen. (Statuten. 6.3)
3.6. De eed van trouw hebben afgelegd en geïnstalleerd zijn volgens het protocol: (Artikel 13 )
3.7. Bij bijzondere gevallen moet de Overheid dit voor leggen aan de Gildebroeders in een algemene vergadering. Deze zullen dan gezamenlijk een bindende beslissing nemen
Zijn zij die:
4.1. Inwoner van het dorp waren maar naar elders zijn verhuisd.
4.2. Wel lid willen blijven maar door de omstandigheden niet meer ten volle aan de gilde-verplichtingen kunnen voldoen. (Artikel 1 )
Zijn zij die:
5.1. Lid zijn van het Gilde.
5.2. Wegens ouderdom, ziekte of gebreken niet ten volle aan de gilde-verplichtingen kunnen voldoen. (Artikel 1 )
6.1. Kunnen geen functie uitoefenen in het Gilde.
6.2. Wie een functie heeft mag zijn mandaattijd uitzitten.
6.3. Hij mag niet mee dingen naar het Koningschap.
6.4. Aanwezig op vergaderingen heeft hij gewoon stemrecht.
Bij het Gilde Sint Sebastiaan kunnen ook jongere mensen onder de achttien jaar zijn aangesloten. Zij kunnen een dienende rol spelen. Zij hoeven om gezworen lid te worden geen speciaal aspirant-jaar door te maken. Ze hebben alle rechten van een Gildebroeder behalve actief en passief stemrecht.
Zijn zij die:
8.1. Om hun verdiensten worden zij benoemd door tweederde van de stemmen in een algemene vergadering.
8.2. Wie geen lid is van het Gilde wordt erelid. Hij heeft zonder meer geen rechten of plichten.
8.3. Wie lid is van het Gilde wordt lid van verdiensten. Hij behoudt al zijn rechten in het Gilde en heeft recht op een plaats in de overheidscommissie.
Zijn zij die:
9.1. Door de algemene vergadering met drievierde van de geldige stemmen (Statuten. 11.4) niet langer erkend worden als lid van het Gilde.
9.2. Zij die vrijwillig uittreden. (Artikel
10 )
Hun uittreden, zal definitief en onherroepelijk zijn.
Wanneer een Gildebroeder of zuster in moeilijkheden geraakt (geestelijke nood, relatie problemen etc.), dan mag hij bij de overheid een verzoek indienen voorlopig ontheven te worden van alle rechten en plichten van een Gildebroeder. Alleen de Overheid (d.i. Hoofdman, Schrijver en Schatbewaarder) zullen over het verzoek beslissen. Bij toestemming zal zij het zonder commentaar aan de algemene vergadering meedelen. Indien na tien jaar geen hoop is op een spoedige terugkeer, van het voornoemde lid, dan mag de algemene vergadering besluiten tot definitieve uitsluiting van dit lid.
Zij die voor één januari negentienhonderd zeven en negentig
(1-1-1997) zijn uitgetreden en niet hebben kunnen profiteren van Artikel 10 (Sluimerleden) kunnen
nog een aanvraag doen in het Gilde terug te keren.
De algemene vergadering zal beslissen over de wenselijkheid. Na een jaar proeftijd
van het terugkerende lid zal de algemene vergadering een definitief besluit
nemen over het wel aanvaarden van dit lid.
Wanneer een Gildebroeder of zuster uit een andere Gilde
lid wil worden van onze Gilde, kan dat slechts geschieden na de goedkeuring
van de verlatende als de ontvangende Gilde.
Er is dan geen sprake van een hernieuwde eedaflegging. Wel kan er door de
algemene vergadering gevraagd worden om een proefperiode van een jaar.
Aanvaarbare reden van een dergelijk overstap kunnen zijn: verhuizing, het
schietwapen, het zich niet thuis voelen etc.
De Hoofdman verzoekt de priester en de Burgemeester aan weerszijde van hem plaats te nemen voor het altaar.
Hij nodigt de aspirant – Gildebroeder (zuster) naar voren te komen.
Een vendelier en een tamboer gaan achter de aspirant staan.
De Hoofdman neemt het woord en zegt:
In de algemene vergadering van …………………………………….(datum)
Hebben de Gildebroeders van het gilde “Sint Sebastiaan en Barbara” besloten jou wel willen op te nemen als Gildebroeder.
Er wordt van jouw verwacht:
Dat je als Gildebroeder de traditie van onze Gilde zult eerbiedigen en zult trachten die traditie mee in stand te houden.
Dat je als lid je verbonden zult voelen met je medebroeders in vreugde en verdriet.
Dat je als gelovig mens trouw zult blijven aan God en de Kerk.
Dat je gepast respect zult opbrengen voor de geestelijke wereldlijke macht.
In aanwezigheid van de Gildebroeder s en Gildezusters.
In aanwezigheid van het geestelijk en wereldlijk gezag,
Voor het altaar van Jezus Christus,
vraag ik jou…………………………………………………………….(naam)
Wil je lid worden van het Gilde “ Sint Sebastiaan en Barbara”?
(Aspirant) “ Ja , dat wil ik “.
Leg je hand dan op het vaandel.
Beloof je trouw te zijn aan onze Gilde?
(Aspirant) “ Ja , dat beloof ik “
Dan hang ik je de sjerp om net de kleur van onze Gilde, geef je de hoed met de pluim van de broederschap, en verklaar als Hoofdman dat
jij ………………………………………………….(naam)
Volgens onze traditie bent opgenomen als gezworen lid van het Gilde “Sint Sebastiaan en Barbara”.
Proficiat!
De nieuwe Gildebroeder gaat links van de Hoofdman staan en krijgt de vendelgroet.
(Indien men een Gildezuster installeert leest men voor Gildebroeder: Gildezuster.)
Een rechtsgeldig bij elkaar geroepen vergadering van de
leden is het hoogste gezag in het Gilde.
Ze kan ten alle tijden kleine beslissingen van de Overheid of bestuur bekritiseren
en bij grote aangelegenheden de beslissingen nietig verklaren. (Statuten 16).
Zij kiest de personen die wel of niet toegelaten worden tot de Gilde en benoemd
personen voor een openstaande functie.
15.1. Moet de vergadering uitgeschreven zijn door de Overheid of door vijf gezworen leden schriftelijk zijn aangevraagd bij de Overheid, die ze dan moet uitschrijven.
15.2. De agenda moet in grote lijnen bekend gemaakt zijn.
15.3. Het aantal stemgerechtigden geëist door de statuten moeten aanwezig zijn.
Zij bestaat uit de Hoofdman, de Schrijver en de Schatbewaarder.
Naar oordeel van de algemene vergadering kunnen om goede reden aan haar nog twee personen worden toegevoegd. Zij heeft van de algemene vergadering de volmacht bestuurlijke zaken af te werken en op te treden als dagelijks bestuur. Zij is altijd verantwoordelijkheid verschuldigd aan de algemene vergadering. Zij moet de opdrachten van de algemene vergadering uitvoeren. Zij wordt in haar taak bij gestaan door een adviescommissie.
Hij is een door de algemene vergadering gekozen Opperdeken.
Zijn taak is:
17.1. Op te treden als ceremoniemeester
17.2. Waken over de discipline van het Gilde in optochten.
17.3. En het naleven van het huishoudelijk reglement.
17.4. Hij houdt toezicht over in het gebruik zijnde materiaal.
17.5. Hij heeft het recht aanwijzingen te geven en opmerkingen te maken bij het gedrag en de kleding van de Gildebroeder s en zusters.
17.6. Bij een gelegenheid zal hij de Overheid bijstaan in het volt laten verlopen van een gebeurtenis.
Hij is lid van de adviescommissie.
Bestaat uit personen die niet direct door de algemene vergadering zijn gekozen, maar wel een taak of een titel hebben in het Gilde. Zoals: Keizer, Koningsdeken (vorige Koning), Standaardrijder en Vaandrig.
Alle leden van de commissie zijn aftredend bij het schieten van een nieuwe Koning, uitgezonderd de Keizer.
In de eerstvolgende vergadering na het Koningschieten moet de Standaardrijder zijn functie opnieuw pachten en de Vaandrig moet dan wel of niet bevestigd worden. Er kunnen dan ook door de leden nieuwe kandidaten gesteld worden.
Hij is de rechtsgeldige gekozen leider van het Gilde. (Statuten 20-21-22-23-24).
Na de installatie volgens protocol Artikel 36 is hij het hoogste persoonlijk gezag van het Gilde.
Hij is de voorzitter van de algemene vergadering en van de Overheid. Zonder zijn weten kan er in het Gilde niets ondernomen worden. Namens het Gilde, samen met de andere personen van de Overheid, kan hij zakelijk en wettelijk optreden.
21.1. Hij geeft leiding aan de Gildebroeders en probeert hen te bezielen in hun broederschap.
21.2. Hij werkt broederlijk samen in de Overheid
21.3. Hij zorgt ervoor dat het Gilde respectvol en trouw blijft aan de traditie, de oude Kaart, de Statuten en dit reglement.
21.4. Hij voelt zicht verantwoordelijk voor het optreden van het Gilde.
21.5. Hij is aanwezig waar het Gilde optreed.
21.6. Hij treedt op als scheidsrechter bij onderlinge moeilijkheden of geschillen.
21.7. Hij houdt toezicht dat alle taken in het Gilde goed worden vervuld.
Hij is de rechtsgeldige secretaris van het Gilde (Statuten. 20-21-22) en lid van de Overheid.
23.1. Hij zorgt ervoor dat alle waardevolle gebeurtenissen in het Gilde genoteerd worden.
23.2. Hij maakt verslagen van alle vergaderingen van Overheid en het Gilde.
23.3. Hij heeft de zorg over alle documenten van het Gilde.
23.4. Hij neemt schriftelijk contact op met instanties of personen in opdracht van het Gilde of de Overheid.
23.5. Hij verzorgt de publicaties in de kranten en tijdschriften wanneer dit gewenst is. In overleg met de Overheid.
23.6. Hij vult enquêteformulieren in en dient verzoekschriften in waar nodig gevonden wordt door de Overheid.
23.7. Hij houdt een ledenregister bij waarbij aangetekend wordt tot welke categorie elk lid behoord. (Statuten 7)
Hij is de rechtsgeldige penningmeester van het Gilde (Statuten 20-21-22) en lid van de Overheid.
25.1. In opdracht van het Gilde beheerst hij de Gildekas.
25.2. Hij waakt erover dat er zuinig wordt omgegaan met het vermogen van het Gilde.
25.3. Hij int de contributie en andere bijdragen.
25.4. Hij voert de opdrachten van de algemene vergadering of de Overheid nauwkeurig uit.
25.5. Hij houdt nauwkeurig de boeken bij van inkomsten en uitgaven.
25.6. Hij waarschuwt de algemene vergadering wanneer er te kort dreigt. En vraagt om maatregelen om het evenwicht te herstellen.
25.7. Hij geeft jaarlijks een financieel verslag en een begroting voor het komende jaar. (Statuten 13.c)
25.8. Hij werkt bereidwillig mee bij de controle van de kascommissie.
De algemene vergadering kiest elk jaar uit de gewone leden drie personen die de opdracht hebben om, voor de jaarvergadering of wanneer dat door de vergadering gewenst wordt, de kasboeken te controleren.
Na twee jaar zitting in de kascommissie is men niet direct meer herkiesbaar, maar waakt men er over dat niet alle drie personen tegelijk aftredend zijn (Statuten 13-d). De kascommissie brengt verslag uit aan de algemene vergadering maar heeft tot dan een zwijgplicht over haar bevindingen, tenzij ze het raadzaam acht de Overheid te waarschuwen.
Iemand die voor de derde keer achtereen Koning schiet is Keizer voor het leven. (Kaart 5).
Zolang de regerende Keizer leeft, in het Gilde, kan er geen andere Keizer bijkomen. Zijn eventuele opvolger moet wachten tot de Keizer ofwel uit het Gilde treedt of sterft.
Hij die rechtmatig de vogel naar beneden schiet is Koning.(Kaart 3)
Hij is verpersoonlijking van het Gilde. Hij draagt de eer en de waardigheid van het Gilde naar buiten toe. En moet in het Gilde als zodanig erkend worden. Hij is niet vervangbaar.
29.1. Dat hij als Koning aanwezig is daar waar het Gilde officieel optreedt.
29.2. Dat hij alles zal vermijden wat het Gilde kan schaden en de eer van het Gilde kan schenden.
29.3. Dat hij grote zorg zal dragen voor “ de breuk ”.
29.4. Dat hij een nieuw schild aan de breuk zal hangen met zijn naam. (Kaart 3)
29.5. Dat hij zitting neemt in de adviescommissie en trouw de vergaderingen van de Overheid zal bijwonen.
29.6. Na een periode van Koning dat hij dan de taak op zich neemt van Koningsdeken.
Wanneer een nieuwe Koning komt wordt de vorige Koning Koningsdeken.(Kaart 6). Tenzij deze hiervan afstand doet. In dit geval zal de algemene vergadering een nieuwe Koningsdeken kiezen.
Hij is lid van de adviescommissie en staat de nieuwe Koning bij in zijn taak.
31.1. Hij rijdt de standaard wanneer het Gilde uittrekt.
31.2. Hij is de boodschapper van het Gilde.
31.3. Hij pacht voor vier jaar zijn ambt.
31.4. Hij mag zich in noodgevallen laten vervangen door een andere standaardrijder. Maar de vervanger moet lid zijn van de eigen Gilde.
31.5. Hij is lid van de adviescommissie.
32.1. Hij is de drager van het Moedervaan.
32.2. Hij moet ervoor zorgen dat het vaan niet misbruikt wordt en steeds met eerbied wordt behandeld.
32.3. De vendelgroet wordt altijd gebracht door de Vaandrig en waar hij niet kan door een vendelier, aangewezen door de Vaandrig.
32.4. Hij is het hoofd van de vendeliers, bespreekt met hen de plannen en zorgt voor instructie in het vendelzwaaien.
32.5. Hij is lid van de adviescommissie.
Personen die nog te jong zijn om lid van het Gilde te worden, kunnen aan het Gilde verbonden zijn als “Gezellen” . Zij:
33.1. Kunnen in het Gilde aan taak vervullen zoals tamboer en vendelier.
33.2. Ze mogen deelnemen aan manifestaties van het Gilde. Zoals optochten, schietwedstrijden en feestavonden.
33.3. Mogen aanwezig zijn op vergaderingen.
33.4. Hebben geen stemrecht in het Gilde.
33.5. Betalen geen contributie.
Met het Gilde “Sint Sebastiaan” uit Zandhoven heeft onze Gilde een bijzondere band.
34.1. Zij zullen minstens één keer in het jaar bij elkaar op bezoek komen.
34.2. Haar eigen Gildebroeder s en zusters aansporen aan deze bijeenkomsten deel te nemen.
34.3. Elkaar te helpen waar dat mogelijk is.
Met deze Gilden heeft onze Gilde vriendschappelijke betrekkingen.
35.1. Ze zal broederlijk met haar samenwerken waar het gaat over het Gilde in het algemeen en in het bijzonder waar het gaat over “het Gilde en het Dorp “.
35.2. Zij zal belangstelling tonen en meeleven met het lief en leed van deze Gilden.
35.3. Haar helpen waar dat mogelijk is en wenselijk.
De vorige Hoofdman of zijn plaatsvervanger staat voor het altaar en nodigt de priester en de Burgermeester uit naast hem te komen staan.
Hij vraagt de kandidaat Hoofdman naar voren te komen.
Een vendelier en een tamboer gaan achter de kandidaat staan.
De Hoofdman neemt het woord en zegt:
Gildebroeder………………………………………………….(Naam)
De Gildebroeders van het Gilde “Sint Sebastiaan en Barbara” hebben je in de algemene vergadering van …………………(datum) volgens onze statuten gekozen tot Hoofdman van onze Gilde.
Door hun keuze spreken zij de verwachting uit:
Dat je het broederschap in onze Gilde zult behartigen en haar eer zult verdedigen.
Dat je trouw zult blijven aan God en zijn Kerk.
Dat je het geestelijk en wereldlijk gezag met respect zult tegemoet treden.
In aanwezigheid van het geestelijk en wereldlijk gezag,
Voor het altaar van Jezus Christus,
Vragen wij, Gildebroeders en zusters,
Wil jij ……………………………de taak van Hoofdman op je nemen?
( Kandidaat) “Ja dat wil ik”
Leg je hand op het vaandel.
Beloof je naar vermogen een goede leider te zijn van onze Gilde?
( Kandidaat) “Ik beloof mijn best te doen om het Gilde “ Sint Sebastiaan en Barbara” te geleiden en besturen in de geest van de oude Kaart en in de traditie van onze voorvaderen.
Moge God en de Ridder Sebastiaan me daarbij helpen.”
Ik geef je de “ Piek “ van je waardigheid, de sikkel van je inzet en de hoed met de gele pluim teken van uw leiderschap en verkondig u als wettige Hoofdman van het Gilde “ Sint Sebastiaan en Barbara”.
Onderteken nu uw geschreven belofte. ( Indien mogelijk op de trom).
(De nieuwe Hoofdman krijgt de vendelgroet en wordt gefeliciteerd.)
Om de vier jaar, op Kermismaandag, zal onze Gilde “ Vogelschieten “ om het Koningschap. En wel in het tweede jaar van het termijn dat begint bij het Koningschieten van het Gilde “Sint Joris”.
Alle gewone leden van onze Gilde (Artikel 2 - Artikel 6 ) kunnen meedingen naar het Koningschap. Uitgezonderd:
38.1. De Hoofdman.
38.2. Zij die niet van plan zijn het Koningschap te aanvaarden.
38.3. Zij die om speciale reden niet aanvaarbaar zijn als Koning.
De Overheid in overleg met de adviescommissie zal over de “niet aanvaarbaarheid” van personen moeten oordelen.
Één week voor het vogelschieten zal een leugenvogel op de schutsboom geplaatst worden als “oefenvogel”. Gedurende die tijd mag de schutboom niet ontsloten worden.
40.1. De Schutboom is twaalf tot dertien meter hoog.
40.2. De buik van de vogel is ongeveer twaalf maal zestien centimeter groot.
40.3. Zowel de vogel als de boom worden versierd.
40.4. De vogel wordt geplaatst door de drie Moergestelse Hoofdlieden.
40.5. De vogel wordt definitief vast op de boom gezet.
42.1. Wie het laatste stuk van de vogel neerhaalt is Koning.
42.2. Bij twijfel, wie het laatste schot gegeven heeft moeten zij, waarover de twijfel bestaat, onderling kampen om de titel.
42.3. De beslissing hierover ligt bij de drie Hoofdlieden.
43.1. De mededingers betalen onder de boom een Euro schietgeld, dat ten goede komt aan de zieke Gildebroeders en zusters.
43.2. Is de Koning eenmaal geschoten, dan betalen alle aanwezige Gildebroeders van onze Gilde een afgesproken bedrag aan de nieuwe Koning als drinkgeld.
44.1. De dag van het vogelschieten begint
om tien uur met een plechtige Eucharistieviering. Liefst een gezongen Gregoriaanse
mis. Alle Gildebroeders behoren erbij te zijn en alle Gildezusters en haar
kinderen zijn van harte welkom.
44.2. Het Gilde trekt in formatie, met slaande
trom, de kerk binnen. De Hoofdman gaat voor het altaar staan met de vendeliers
en tamboers naast voor zich.
De Hoofdman heet iedereen welkom en nodigt de aanwezigen uit om Gods zegen
te vragen over deze dag.
44.3. Na de voorbeden offeren alle aanwezige
op de trom.
44.4. Bij de consecratie roffelt de trom
en neigen de vaandels.
44.5. Na de zegen nodigt de Hoofdman de
Burgemeester, de priester, de Keizer en de Koning uit naar voren te komen
voor de vendelgroet.
44.6. Daarna brengen de kinderen of vrouwen
bloemen naar de Koning bestemd voor de zieke Gildebroeders en zusters.
44.7. Samen met de Standaardrijder vertrekt
de Koning direct om de bloemen naar de zieken te brengen.
44.8. Na hun vertrek vormt zich het Gilde
in formatie om naar het “trefhuis” te gaan.
44.9. Daar wordt gewacht op de Koning en
de Standaardrijder.
44.10. Onze Gilde wordt afgehaald door de
Moergestelse gilden en samen met de priester en burgemeester, trek men op
naar de schutboom.
45.1. De Opperdeken treedt bij dit protocol op als ceremoniemeester.
45.2. Met voorop het Gilde, die Koningschiet,
trekken de Moergestelse Gilden in formatie naar de schutboom. De vogel wordt
meegedragen.
45.3.
Bij de boom aangekomen wacht de stoet tot de Standaardrijder drie maal de
boom heeft gevrijd, om daarna zelf drie maal rond de boom te trekken.
45.4. Ze eindigt achter de wachtkring en
alle Gildebroeders blijven daar staan.
45.5. De Hoofdlieden nemen hun plaats in
voor de boom.
45.6. De Hoofdman beveelt de Standaardrijder
de Standaard te plaatsen als teken van in het bezit nemen van het terrein.
45.7. De Hoofdlieden zetten de vogel definitief
vast op de schutboom.
45.8. Het geestelijke en wereldlijke gezag
worden uitgenodigd de schoten vooraf te geven. (Artikel 41.1 ) (met behulp van een Gildebroeder)
45.9. De Koning wordt uitgenodigd. Hij hangt
de breuk aan de schutsboom en lost zijn drie schoten. (Artikel 41.2
)
45.10. De Hoofdman kondig aan:
“ Het Koningschap staat open. Wij verklaren de boom vrij voor de strijd”.
En waarschuwt:
“ Wie de vogel neerhaalt mag het
Koningschap niet weigeren.”
45.11. De Schutters treden aan en offeren
hun schietgeld.
45.12. Gildebroeders die niet meeschieten
blijven buiten de kring.
Wie wel mee wil schieten, maar geen Koning wil worden, moet zich op een geschikt
moment terug trekken op de wachtkring.
45.13. De Hoofdlieden controleren de strijd. Zij mogen het schieten onderbreken.
a) Als er onreglementair geschoten wordt.
b) De strijd te lang duurt en de vogel wel losser gezet moet worden.
c)
Om de niet Koning - kandidaten te waarschuwen zich terug te
trekken.
45.14. Is de vogel neergehaald, dan trekken
alle Gildebroeders zich terug op de wachtkring; ook hij die de vogel heeft
afgeschoten.
45.15. De Hoofdlieden overleggen met elkaar
of het neerhalen van de vogel volgens de regels is geschied.
45.16. Is er twijfel over wie het laatste
schot gegeven heeft (Artikel
42 ) dan plaatsen de Hoofdlieden de vogel opnieuw op de boom en roepen
hen, waarover de twijfel bestaat, naar voren voor een onderlinge kamp.
45.17. Is alles normaal verlopen dan kondigt
de Hoofdman aan:
”Het vogelschieten is rechtsgeldig en volgens
de traditie geschied
Wij verklaren …………………………….(naam) kandidaat-Koning.
Wil hij naar voren komen.
Gildebroeder …………………………….(naam) wilt gij het Koningschap van het Gilde “Sint
Sebastiaan en Barbara” aanvaarden?”
(Kandidaat) “ ja dat wil ik “
Hoofdman : “ Zult gij als Koning de eer
van dit Gilde hooghouden?”
(Kandidaat) “ Zo waarlijk helpe mij God en de Ridder Sint Sebastiaan
”
Hoofdman : “ Dan zijt gij van nu af de
nieuwe Koning van onze Gilde.
Was je handen als teken van je goede voornemens.
En wij hangen je nu de breuk om van je waardigheid.”
45.18. De Hoofdlieden feliciteren de nieuwe
Koning.
45.19. De Vaandrig komt naar voren en brengt
een vendelgroet aan de nieuwe Koning temidden van de Hoofdlieden.
45.20. Hij legt het vaandel op de grond en de
Hoofdman zegt tot de nieuwe Koning:
” Treed over het vaandel dat zich onderwerpt
aan de nieuwe Koning.”
45.21. De nieuwe Koning gaat over het vaandel
naar de Gildebroeders toe die hem dan feliciteren.
45.22. De Standaardrijder heeft intussen,
toen duidelijk was dat het spel voorbij was, de Standaard genomen en is vrouw
of moeder van de nieuwe Koning gaan waarschuwen.
45.23. Onder de boom wordt nu de erewijn
geschonken.
45.24. Nu wordt aan de nieuwe Koning het
drinkgeld overhandigd waarvan sprake is in Artikel 43 .
45.25. De drie Gilden gaan in formatie naar het gildehuis.
46.1. Binnen de twee maanden na het Koningschieten,
op een zaterdag zullen de Gildezusters haar “Koningin van de dag” schieten.
46.2. Op een afgesproken plaats wordt de
vrouw van de Koning en de Gildezusters afgehaald door de hele Gilde: informatie
en vol tenue. De Gildezusters dragen een rode roos.
46.3. De vogel mag niet hoger staan dan
tien meter, de buik van de vogel moet een omtrek hebben van twintig centimeter.
46.4. Het protocol verloopt zoals bij het
Koningschieten. De drie Hoofdlieden van de Moergestelse gilden controleren
de strijd.
46.5. De vorige “Koningin van de dag” krijgt
drie schoten vooraf.
46.6. De Gildezusters, die niet mee schieten
blijven met de Gildebroeders achter de wachtkring.
46.7. De vogel eenmaal neergehaald, trekt
iedereen zich terug op de wachtkring.
46.8. de Hoofdman nodigt de Gildezuster, die
de kamp heeft gewonnen, naar voren te treden en zegt:
” Jij hebt de eer de koningin van de dag
te zijn. Ik hang je het wisselschild om, het teken van je waardigheid.”
46.9. De vrouw van de Koning en de Koningin
van de dag krijgen tussen de Hoofdman en de Koning in de vendelgroet.
46.10. Het feest eindigt met het prijs verschieten
op twee vogels.
Waaraan ook de Gildezusters mogen deelnemen.
46.11. De Opperdeken treedt bij dit alles op als ceremoniemeester.
Rond het feest van Sint Sebastiaan (twintig januari) op
een zaterdag, houdt onze Gilde haar statiedag. Zij manifesteert zich die dag
aan de Moergestelse bevolking.
Deze dag heeft oorspronkelijk 5 elementen in zich:
47.1. Het trekken door de straten.
47.2. Een plechtige Eucharistieviering.
47.3. Een jaarvergadering.
47.4. Een Prijsverschieting.
47.5. Een Teeravond.
Elke Gildebroeder moet er opstaan deze dag mee te maken.
Het Gilde moet op volle strekte zijn en met alle pracht en praal, die mogelijk
is..
49.1. In de Eucharistieviering behoren niet alleen alle Gildebroeders aanwezig te zijn (Kaart 20), maar ook alle Gildezusters en kinderen zijn van harte welkom.
49.2. Er zal getracht worden deze viering onder de aandacht te brengen van de parochianen.
49.3. De plechtigheid geschied volgens protocol Artikel 44 behalve de laatste vijf punten.
49.4. Bij de voorbeden zal het zielenboek worden voorgelezen.
49.5. Mocht er een installatie zijn van
een Hoofdman of Gildebroeder, dan zal dit geschieden volgens de protocollen
Artikel 13 en Artikel
36 .
Deze zal plaats hebben na de voorbeden.
Op de jaarvergadering behoren aan de orde te komen:
50.1. Het jaarverslag van de Schrijver en Schatbewaarder.
50.2. Het jaarprogramma en Begroting.
50.3. Verkiezingen voor en opvullen van functies.
50.4. Het verslag van de Kascommissie en het benoemen van een nieuwe commissie.
50.5. Het vaststellen van de contributie en bijdragen.
50.6. Wijzingen van de statuten en huishoudelijk reglement.
51.1. Het aantal stemmen, dat geëist wordt door de statuten om een rechtsgeldige beslissing te nemen, zal strikt geëerbiedigd worden.
51.2. Daar waar het aantal aanwezige Gildebroeders de stemming wel of niet rechtsgeldig maakt, worden alleen de gewone leden geteld.
51.3. Het Gilde blijft naar traditie stemmen met witte (voor) en bruine (tegen) bonen, tenzij iemand uit de vergadering een schriftelijke stemming eist.
Om wat ruimte te scheppen op de statiedag zal men de teeravond vieren op een zaterdag na de statiedag. Alle leden zullen daarbij welkom zijn en de deelnemers zullen samen de onkosten van de avond dragen. (Kaart 16)
In Artikel één van de oude Kaart staat duidelijk dat alle Gildebroeders dezelfde bijdragen leveren. Uitgezonderd worden de Keizer voor het leven en de Koning voor zijn ambtstermijn. Derhalve:
53.1. In principe betaalt iedereen contributie, behalve de Keizer en de Koning.
53.2. Er moet wel een vergoeding betaald worden voor de noodzakelijke kosten.
53.3. De achterstallige contributie moet voldaan worden op de statiedag (Kaart 24)
53.4. De contributie wordt vastgesteld door de algemene vergadering.
53.5. De gewone leden betalen de volledige contributie.
53.6. Jeugdleden onder de achttien jaar zijn vrijgesteld van contributie.
53.7. Leden onder de één en twintig jaar betalen de halve contributie.
53.8. Vrouwen van Gildebroeders die gewoon lid willen worden of zijn, betalen de halve contributie.
In de oude tijden waren de kinderen automatisch geïnteresseerd
in het Gildewezen en zijn activiteiten. Nu kan men dat alleen nog bereiken
door ze deel te laten nemen in voor hen aangepaste activiteiten.
Het Gilde zal zijn aandacht ook daarop moeten richten.
Het hoort tot het wezen van het Gilde (Kaart 43) Gildebroeders
en zusters met eer te begraven.
Het moet daarom een ereplicht zijn, als het maar even kan als Gildebroeder
deel te nemen aan deze begrafenissen.
Bij het overlijden van een Gildebroeder of zuster zal het Gilde het Gildeleven stil leggen gedurende de tijd dat de overlevende boven aarde staat. En op de dag van de begrafenis zal het Gilde zich beperken tot het met Gilde-eer begraven van het Gildelid.
57.1. De Gildebroeders verzamelen zich bij
het mortuarium.
57.2. De tijd gekomen sluiten zij de kist,
daarbij wel oplettend dat er geen zilver in de kist achter blijft.
57.3. Op de kist komt de sjerp en het zilver
en eventueel de bloemen.
Als er teveel bloemen zijn dragen de Gildebroeders de rest.
57.4. Voorop loopt de tamboer met een rouwomfloerste
trom.
Dan de vendelier met een rouwstrik aan de vendels.
57.5. Langs de lijkwagen of de baar lopen
zes Gildebroeders, drie aan elke kan.
57.6. Achter de baar loopt de Hoofdman en
de Koning.
Aan de piek van de Hoofdman zit een rouwstrik.
De Koning is de enige die zilver dragen mag.
57.7. Achter hen volgen de Gildebroeders
met hoed op het hoofd en deze houden zij op tot dat zij hun plaats in de kerk
innemen.
57.8. Onder de toren wacht men op de priester.
De voeten van de overledene moeten steeds naar het altaar gericht zijn.
57.9. Achter de priester aan begeleidt men
de kist tot voor het altaar.
57.10. De dragers schikken de baar. Ze leggen
de bloemen op de kist en rangeren de kandelaars.
57.11. De vendeliers en de tamboer wachten
tot de baar geschikt is en gaan naar hun plaats in de bank.
57.12. Na de preek of de voorbeden verzorgen
de Gildebroeders de collecte en voor het einde van de mis delen zij de gedachtenis
prentjes uit.
57.13. Onder de consecratie neigen de vendeliers
het vaandel en roffelt de trom.
57.14. Op het einde van de mis stellen de
tamboer en de vendeliers zich op voor de priester.
57.15. Achter de priester aan gaat men naar
het kerkhof in dezelfde volgorde als voor de heilige mis.
57.16. Bij de calvarieberg trekken de Gildebroeders
zich wat terug om de familie ongehinderd afscheid te laten nemen.
57.17. Als de familie vertrokken is brengen
de Gildebroeders de kist naar het graf en laat ze in het graf zinken.
57.18. Men bidt een “Wees gegroet” en een
“Onze Vader” voor de overledene.
57.19. Als afscheid werpt de Hoofdman wat aarde op de kist, dan de Koning en daarna alle Gildebroeders.
Wanneer het Gilde officieel uittrekt, is het zaak van alle
leden zo goed mogelijk voor de dag te komen.
Daarbij telt het aantal deelnemers, de kleding die men draagt en de formatie
die men vormt.
We moeten streven naar een volledige Gilde dat wil zeggen:
58.1. Een Standaardrijder te paard.
58.2. Op zijn minst twee tamboers
58.3. Een Vaandrig met vier vendeliers
58.4. Het beeld van Sint Sebastiaan
Te zijner tijd gecombineerd met een Gilde Maagd met twee bruidjes.
58.5. De Koning, de Hoofdman en Keizer
58.6. De Opperdeken en de Zilverdragers
58.7. Schutters met oude bogen
58.8. De Gildebroeders.
Zowel de Koning als de Keizer hebben de ereplaatsen in onze Gilde.
Bij officiële gelegenheden zullen zij, waar mogelijk is, aan huis worden afgehaald door de gezamenlijke Gildebroeders. Ook de Koningin van de dag heeft recht op haar eer.
Dit reglement zal slechts daar toegepast worden, waar het noodzakelijk is.
Het kan ten alle tijden aangevuld en gewijzigd worden op een algemene vergadering met tweederde van de stemmen. Wel moeten de aanvullingen en wijzigingen van te voren door de Overheid en Adviescommissie besproken zijn, zodat de Overheid een voor of tegen advies kan geven.
Dit reglement is goedgekeurd in de algemene vergadering van negentien december negentienhonderd acht en tachtig (19-12-1988).
Moergestel, 02 januari ’03
Getekend door de Overheid
Hoofdman
Schrijver
Schatbewaarder